|
 |
|
MIRJAM DIATLOWICKI
CONTEXTUELE THERAPIE, FAMILIETHERAPIE, COACHING, SUPERVISIE EN BEGELEIDING
|
|
De invloed van het gezin van herkomst op de werkplek
3 Burnout
‘Alle werkelijk leven is ontmoeteing’ Martin Buber
|
|
3.1 De oorspong
De Amerikaanse psychiater H.J.Freudenberger gebruikte het begrip
burnout-syndroom voor het eerst in 1974 voor patiënten die opgebrand waren.
Hij gebruikte hierbij het engelse ‘to burnout’, wat ‘te kort schieten,
afgemat of uitgeput zijn doordat er een buitensporig beroep gedaan wordt op
energie, kracht of aanpassingsvermogen’ betekent. Sindsdien is het woord
op allerlei manieren gebruikt, wat een definitie of beschrijving niet
eenvoudig maakt. Bovendien zijn de verschillende onderzoekers verdeeld of
burnout een typische hulpverlenersziekte is of bij iedere bevolkingsgroep
voorkomt. Ook is het niet altijd duidelijk wat symptomen van burnout zijn en
welke symptomen juist het gevolg, een copingsmechanisme zijn. In het boek
‘Burnout’ staan een aantal beschrijvingen van onderzoekers die ik hieronder
op een rijtje gezet heb. Burnout is
een sluipend proces dat zich onopgemerkt achter de rug van de betrokkene om
voltrekt. Op een gegeven moment voelt men zich uitgeput zonder precies te
weten waarom. Er kunnen geen dramatische gebeurtenissen aangewezen worden
die de negatieve toestand verklaren. Het is dit verraderlijke karakter dat
burnout zo bijzonder maakt. (Etzion).
 |
Burnout is een reactie op chronisch emotionele stress bestaande uit emotionele en/of fysieke
uitputting, verminderde arbeidsproductiviteit en overdepersonalisatie.
(Perlman & Hartman, 1982) |
 |
Burnout is een door verwachtingen
beïnvloede, aan het werk gerelateerde, dysforische en dysfunctionele
toestand waarin iemand terechtgekomen is, zonder dat er sprake is van
ernstige psychopathologische verschijnselen. De persoon heeft in het
verleden op het werk doorgaans goed gefunctioneerd, zowel affectief als qua
geleverde prestatie, en kan niet zonder hulp van buitenaf, of zonder een
ingrijpende herschikking van diens omgeving terugkeren naar het vroegere
niveau van functioneren. (Brill, 1984) |
 |
Burnout is een syndroom van
emotionele uitputting, depersonalisatie en verminderde persoonlijke
bekwaamheid dat voor kan komen bij diegenen die beroepsmatig met andere
mensen werken. (Maslach & Jackson, 1986) |
 |
Burnout is een toestand van fysieke, emotionele en mentale uitputting, veroorzaakt doordat men gedurende
lange tijd verwikkeld is geweest in emotioneel belastende situaties.
(Pines&Aronson, 1988) |
 |
Burnout heeft betrekking op een combinatie van fysieke vermoeidheid, emotionele uitputting en cognitieve
matheid. (Shirom, 1989) |
|
| |
 |
3.2 Een overzicht |
Gedistilleerd uit de boeken van de literatuurlijst en het voorgaande
lijstje, aangevuld met eigen ervaringen en observaties heb ik de volgende
beschrijving gemaakt. Emotionele en fysieke uitputting en cynisme zijn de
meest voorkomende symptomen bij burnout, ontstaan doordat iemand een lange
tijd in een situatie gezeten heeft waaraan men met te hoge verwachtingen is
begonnen. Pogingen de situatie te veranderen zijn keer op keer mislukt, de
eigenwaarde daalt, waarna men gedesillusioneerd raakt en schuld- en
insufficiëntie-gevoelens ontstaan. Het copingmechanisme werkt niet (goed)
meer, waardoor situaties als hopeloos worden ervaren en men helemaal geen
uitweg meer ziet. De frustratie kan zo hoog oplopen dat agressief gedrag,
verminderde betrokkenheid, drank- en drugsgebruik en suïcidale gedachten
ontstaan. Chronische uitputting en extreme moeheid behoren ook tot de meest
voorkomende burnout klachten. Mensen zijn leeggegeven. Het is een dynamisch
proces waarbij er voortdurend meer energie verlangd wordt dan er wordt
aangemaakt. Zodoende komt de energievooraad op een steeds lager peil. Een
duidelijke metafoor is een accu die langzaam leegraakt omdat de dynamo niet
genoeg energie meer kan leveren, terwijl je blijft starten en energie blijft
vragen, op een gegeven moment komt er zelfs geen geluid meer uit de motor.
Ook slapeloosheid, hoofdpijn, transpireren, spierspanningen, eetproblemen en
seksuele problemen zijn veel genoemde klachten, hoewel dit ook algemene
stressreacties zijn. Op het werk zal zowel de kwantiteit als de kwaliteit
verminderen; eigenlijk vermindert de hele werkprestatie en houding. Door
concentratieproblemen worden er meer fouten gemaakt, wat het geloof in de
eigen capaciteiten en gevoelens van verminderde bekwaamheid nog verder
uitholt. Het projecteren van de eigen problemen op bijvoorbeeld cliënten is
een veel gebruikte strategie om de situatie te hanteren. Een therapeut zal
dan klagen dat zij alleen maar onhandelbare cliënten heeft. Hierbij kun je
je afvragen of het een symptoom van of een copingmechanisme is om met
burnout om te gaan is. Op het werk is een cynische en onverschillige
houding, depersonalisatie, achteraf vaak het eerste herkenbare symptoom van
burnout. |
| |
 |
3.3 Stress, overspannenheid en burnout |
Het is niet makkelijk aan te geven wanneer
iemand last van stress heeft, overspannen is of een burnout syndroom heeft.
Veel symptomen komen bij alledrie de aandoeningen voor. Mensen kunnen
aangeven: ‘ik ben overspannen’ en daarmee bedoelen dat ze last hebben van
stress. Een verschil tussen deze twee is dat het bij stress gaat om een
tijdelijke belasting en overspannenheid chronischer is. Een kenmerk van
burnout is dat het om een chronisch dysfunctioneren gaat en ook de mate van
uitputting bij burnout groter is dan bij stress. Een duidelijk verschil met
stress en overspannenheid is dat iemand met een burnout syndroom in eerste
instantie heel goed functioneerde, iets dat bij stress en overspannenheid
niet het geval hoeft te zijn. Hier is de uitspraak van Pines & Aronson ‘om
te zijn opgebrand, moet men eerst in vuur en vlam hebben gestaan’ van
toepassing. Ik denk dat het een proces is. Na het doorlopen van een periode
van stress en overspanning is de kans om terecht te komen in een burnout
syndroom aanwezig. Hierbij zijn parentificatie, een gebrek aan hulpbronnen
en een slechte werksituatie risico vergrotende factoren.
|
| |
 |
3.4 Maatschappelijke invloed |
Door de individualisering in onze
maatschappij worden er steeds meer sociale vaardigheden van iedereen
gevraagd, terwijl men steeds minder terug kan vallen op vroegere zekerheden
als familie en religie. Hierdoor vallen er steeds meer mensen uit het
vangnet van de maatschappij. De sociale sector wordt hier dubbel door
getroffen, doordat aan de ene kant een groep therapeuten hier zelf
slachtoffer van wordt, terwijl het aantal hulpvragen vanuit de maatschappij
steeds groter wordt. Een maatschappij die in het teken van de bezuinigingen
staat. Er zijn niet veel organisaties of instellingen die daar nog niet mee
te maken hebben gekregen. Eén van de gevolgen hiervan is case-load
verzwaring, een ander zijn reorganisaties met alle veranderingen en
onzekerheden van dien. Deze twee gevolgen worden beiden veelvuldig genoemd
als belangrijke oorzaken van burnout omdat ze stress, chaos, gebrek aan
regelmogelijkheden en vooral veel onzekerheden met zich meebrengen In
ideologische gemeenschappen, b.v. montessori scholen of godsdienstige
instellingen levert het hebben van een gezamelijke ideologie een verminderd
risico van burnout. Je staat met z’n allen voor dezelfde zaak, je steunt
elkaar en voelt je verbonden. Het aantal mensen dat om psychische redenen
niet meer aan het arbeidsproces deelneemt groeit volgens onderzoekers ieder
jaar. Daarbij zal het feit dat ‘psychische redenen’ niet meer direct als
‘gek’ betiteld worden en dus bespreekbaarder zijn dan een aantal jaar
geleden zeker meetellen. Dit ziekteverzuim is de belangrijkste reden waarom
men tot nu toe vooral vanuit maatschappelijke motieven gezocht naar
praktische oplossingen om mensen weer zo snel mogelijk aan het werk te
krijgen. |
| |
 |
3.5 Professionele ethiek |
Werkers in de sociale sector houden er een
eigen beroepsethiek op na. Zo bestaat er voor maatschappelijk werkers ‘de
code’ als leidraad. Maar mensen die dit beroep kiezen zijn vaak
perfectionistisch en stellen hoge eisen aan zichzelf, waarvan sommige
tijdens de opleiding tussen de regels door worden aangereikt en andere
worden versterkt. Deze mythen kunnen bijdragen aan onrealistische
verwachtingen en daarmee een extra risico voor burnout vormen. De bekendste
zijn de mythe van de competentie, van de autonomie, van de zelfontplooiing,
van de collegialiteit en van de ideale cliënt.11 Er is een realistischer
voorstelling van zaken nodig, zodat overspannen verwachtingen misschien een
realistischer verwachting kunnen worden. |
| |
 |
3.6 Aangeleerde hulpeloosheid |
Iedereen streeft ernaar controle op de
omgeving uit te oefenen en daardoor greep op het leven, autonomie en
zelfstandigheid te krijgen. Loopt men tegen barrières en het gevoel
onvoldoende greep op de situatie te hebben aan, dan veroorzaakt dit
spanningen in de vorm van stressreacties. Als dit vaak voorkomt, of
voorgekomen is zoals bij parentificatie, kan er aangeleerde hulpeloosheid
volgen: mensen die op grond van hun ervaringen het gevoel hebben dat ze geen
invloed kunnen uitoefenen op de situatie waarin ze zich bevinden. Deze
aangeleerde hulpeloosheid komt vooral bij destructieve parentificatie veel
voor en komt sterk overeen met dit symptoom bij het burnout-syndroom. |
| |
 |
3.7 Burnout moeder |
Ik heb behalve ‘werken met de problemen van
anderen’ geen reden gevonden waarom alleen mensen in de hulpverlening
burnout kunnen raken. De verantwoording voor andermans problemen zou op den
duur te belastend werken. Nu ben ik al één en twintig jaar moeder en heb het
gevoel dat het ouderschap een levenslange verbintenis is met de
verantwoording voor het welzijn van anderen. Als een gestoord functioneren
en werken met ‘andermans sores’ criteria voor burnout zijn, kan een
huisvrouw/man of moeder/vader die destructief geparentificeerd is en een
groot deel van haar leven met zorgen voor anderen bezig is, ook een burnout
syndroom krijgen. Je zou dan van een burnout moeder of een burnout syndroom
in het huwelijk kunnen spreken. Sommige opgebrande vrouwen lijken inderdaad
alle fysieke en emotionele symptomen en de burnout stadia doorlopen te
hebben. Iemand met een burnout syndroom functioneert niet goed, ook niet als
verantwoordelijke ouder, zodat de kinderen van deze moeder geparentificeerd
worden. Als zij in staat is de kinderen hiervoor erkenning te geven kan dat
de onderlinge band verstevigen. Bovendien geeft zij de kinderen de kans op
te groeien tot zorgzame volwassenen. Voor mij betekent dit dat het niet
alleen een maatschappelijk gebeuren, maar ook een sociaal syndroom is. In
dat geval lijkt het de moeite waard om in de verschillende situaties van het
leven en de hulpverlening de woorden mijn cliënten te vervangen door b.v,
mijn kinderen, mijn man, mijn baas, mijn collega’s of mijn vrienden. |
|
 |
| |
|
|
|